Geneesonkunde

april 17, 2014

Stel.

Je hebt overgewicht en je komt er maar niet vanaf. Ergens in België weet men gelukkig de oplossing te vinden. Tijdens een operatie krijg je een maagband. Een flexibele ring in je buik die er voor gaat zorgen dat je minder eet.

Het werkt en je pakt je normale leven weer op. Tot je zwangerschap. Door de extra druk in je buik verschuift de maagband. Opnieuw moet een operatie redding brengen. En dan begint de ellende.

Na de operatie krijg je pijn. Ineens verschijnt er een bobbel op je rug. Een arts verlost je van een pijnlijk abces, maar de pijn blijft. Een tweede operatie brengt aan het licht waarom je al die maanden gebukt van de pijn door het huis sloop. De arts tovert een wondgaasje uit je lichaam. Een lapje van tien bij tien centimeter, achtergelaten door de chirurg die je maagband weg moest halen.

Je doet aangifte en al snel volgen zestien lotgenoten en nabestaanden van lotgenoten. Allemaal denken ze zeker te weten dat de chirurg in kwestie verantwoordelijk is voor veel leed. En zes onnodige doden.

Het Openbaar Ministerie doet onderzoek en zakt weg in een moeras van lastig te bewijzen incidenten. Wanneer gaat iemand dood door falen van een chirurg? Wanneer draait het om schuld en wanneer om nu eenmaal niet te vermijden complicaties?

Uiteindelijk weet het OM naar eigen zeggen bewijs te vinden voor schuld. Het wondgaasje dat achter is gebleven had niet achter moeten blijven. De chirurg moet na vijf jaren van onderzoek naar de rechter.

Ik zit schuin achter de chirurg en verlies mijn toch al wankele vertrouwen in de medische wereld.

De arts zit op zijn weerstand. Hij schuift de schuld weg. Natuurlijk, zo moet hij toegeven, zijn assistenten hadden gewezen op de telling van de wondgaasjes. Er waren er tijdens de operatie meer gebruikt dan gevonden.

De chirurg had nog gezocht in de buikholte. Maar het advies om een röntgenapparaat in te zetten had hij terzijde geschoven. De assistent die aarzelde met het dichtnaaien van de patiënt had geen schijn van kans. De chirurg nam naald en draad zelf ter hand. Patiënt dicht. Operatie geslaagd.

Pas tijdens het verhoor maakte mijn gebrek aan vertrouwen plaats voor ongeloof.

Op een vraag van de rechter of het missen van het gaasje niet in het operatieverslag had moeten staan kwam een alarmerend antwoord:

Waarschijnlijk wel, ja.

Waarschijnlijk wel. Hij wist het niet zeker. Het zou wellicht beter zijn geweest. Misschien was het inderdaad wel handig geweest om te documenteren dat een lichaamsvreemd wezen achter is gebleven in een patiënt.

Misschien was dat wel handig. Omdat andere artsen dan inderdaad bij een nacontrole rekening hadden kunnen houden met een eventuele ontstekingsbron.

De chirurg ging vrolijk door met het schuiven van de schuldvraag. Zijn assistenten telden niet altijd goed. Documenteerden niet alles. En ja, het vermiste gaasje bleek achteraf in het computersysteem van de assistenten te staan. Maar dat systeem was weer niet toegankelijk voor artsen.

Hij had een burn-out en niemand in het ziekenhuis hield daar rekening mee. De operatie was extra in zijn rooster gezet. Enzovoort, enzovoort.

Ik was nog niet zo lang geleden in het ziekenhuis. Voor mijn zoon. En zag dat een infuus voor mijn kind vrolijk in het lichaam van een ander kind drupte.

We leven in een drukke samenleving en ik geloof best dat artsen onder hoge druk staan. Ook in de medische wereld tellen budgetten.

Maar mogen we iets meer zorgvuldigheid verwachten van de mensen die spelen met onze gezondheid?


‘Pappa, help me dan!’

april 2, 2014

Je ligt heel klein te zijn in een groot ziekenhuisbed. En je hebt pijn. Heel veel pijn.

In je handje verdwijnen slangetjes, naast je staat een koud ijzeren apparaat met een knopje. Je mag van de dokter zelf drukken als de pijn te zwaar is om te dragen. Maar je doet het niet omdat het bevrijdende knopje je misselijk maakt.

Je handje zoekt de knop alleen als je helemaal geen uitweg meer ziet. Als je wel moet omdat de pijn alles wegvaagt.

Je gebroken lijfje geeft je nu geen opties meer. Wat je ook doet, het levert je pijn en ongemak op. Je zegt het niet meer aan te kunnen. De paniek straalt van je krom getrokken lijfje.

Als je naar mij kijkt, zie ik een gezichtje waar de pijn in staat. Je kermt. Het zou een hele harde schreeuw zijn geweest als je er de kracht voor had:

‘Pappa, help me dan!’

Maar pappa kan je niet helpen. Kon hij het maar. Was hij maar in staat om die vreselijke pijn over te nemen. Hij zou het binnen een halve seconde doen.

Maar het gaat niet. Je moet het zelf doen. Zes jaar nog maar en nu al met de ambulance naar het ziekenhuis. Naar een operatie-tafel. Twee pinnen in je kleine lijfje.

Arme schat.

Je bent altijd een bijzonder jochie geweest en ik denk je goed te kennen. Al ken ik je nog maar zes jaar. Ik herken je angsten en je overprikkeling. Je prachtige gevoeligheid waar je later zo veel profijt van kunt hebben. Maar ook zo veel last.

Ik weet hoe kwetsbaar je bent. Hoe gevoelig voor verandering en chaos.

Nu lig ik naast je. Het is warm en donker in het ziekenhuis. Je zweet. Ik hoor je rustige ademhaling en vrees voor wat komen gaat. Het kermen. De pijn. De paniek. Ik doe wat ik kan, maar weet nu al dat ik tekort kom. Dat ik de snijdende pijn in je gebroken lijfje niet weg kan nemen.

En dat vind ik vreselijk.

Lieve zoon. We delen door het lot iets waar we nu totaal niet mee om kunnen gaan.

Jij de pijn. Ik de onmacht.


Marokkaanse criminelen bestaan niet

maart 22, 2014

In Nederland leven Marokkanen. En criminelen. Sommige criminelen zijn van Marokkaanse afkomst. Maar wat hebben die twee eigenlijk met elkaar te maken?

Marokkaanse criminelen bestaan niet. There. I said it.

Horden deskundigen buigen zich dagelijks over de reden voor crimineel gedrag. In hun oordeel zit wel iets van een soort gezamenlijke deler. Mensen die misdrijven plegen zijn Bad (‘gewoon’ slecht), Mad (gestoord) of Sad (gevormd door de omstandigheden).

Helaas zijn we er daar nog niet mee. De drie ‘hoofdgroepen’ lopen meer dan eens door elkaar. Mensen met een stoornis hebben soms de omstandigheden niet mee. Of ontwikkelen een gebrekkig geweten juist door die stoornis of de slechte omstandigheden waarin ze leven. Geef een jongen met beperkte intellectuele capaciteiten een slechte opvoeding en weinig scholing en je hebt al snel een levensgroot probleem. Daar hoef je geen Marokkaan voor te zijn.

Die dynamiek kent geen etnische oorsprong. Een blanke jongen in een achterstandswijk in Leeuwarden kampt wat dat betreft met dezelfde problematiek als een Marokkaan in Amsterdam-West.

Maar goed. De cijfers. De gevangenissen in Nederland zitten toch vol Marokkanen? Nou, dat valt heel erg mee. Het cijfer schommelt zo rond de 5%. Op een schommelende gevangenispopulatie van rond de 10.000 hebben we het over ongeveer 500 stuks. Alleen al in Amsterdam wonen 70.000 Marokkanen. In Nederland ruim 360.000.

Is er dan niets aan de hand? Jawel. Marokkaanse jongens zijn oververtegenwoordigd als het gaat om de ruimere cijfers. Getallen die iets zeggen over vervolging, alternatieve straffen en arrestaties. Ongeveer de helft van de Marokkaanse jongens tussen de 16 en 23 jaar kwam ooit in aanraking met de politie. En dat is een probleem.

Maar ook hier zijn wel wat nuances te maken.

Misdaadcijfers zeggen niets als je de werkelijkheid er achter niet meeneemt. Zo mogen de Nederlandse jongeren zichzelf ook niet al te hard op de borst kloppen. Een kwart kwam in aanraking met de politie. Daar komt bij: jongeren met een sociale achterstand in dichtbevolkte stedelijke gebieden gaan consequent vaker in de fout. Uitgerekend de gebieden waar in verhouding meer Marokkanen wonen. Gecorrigeerd voor die elementen komt de groep ‘foute’ Marokkanen al een stuk dichter in de buurt van ‘foute’ Nederlanders.

Oké. Dan is het dus een ‘cultuur’ of ‘ras’probleem? De ‘aard’ van de Marokkanen? Als dat zo is, dan hebben we een probleem. Want hoe verklaren we dan het gegeven dat meisjes en ietsje oudere Marokkanen dan weer niet massaal opduiken in de misdaadstatistieken? En hoe kun je eigenlijk wijzen naar een specifieke cultuur als de Marokkaanse overlastjongeren waar we het over hebben in overwegende mate nog nooit een voet in Marokko hebben gezet? Als je geboren en opgegroeid bent in Amsterdam-West, welke cultuur neem je dan mee? Is dat dan de opvoeding van je ouders die niet massaal opduiken in de misdaadstatistieken?

Als rechtbankverslaggever duurde het voor mij niet lang om vast te stellen dat misdaad geen etnische oorzaak heeft. En geen kleur. Mensen plegen misdrijven omdat ze niet mee kunnen of willen komen in de maatschappij. Doelloos op straat hangen. Omdat ze verslaafd zijn aan middelen. Of niet de opleiding hebben om zelf legaal geld te kunnen maken.

En wat als we op die manier kijken naar Marokkanen?

Het percentage werkloze Marokkanen is ongeveer drie keer zo hoog als het percentage werkloze autochtonen. Marokkanen scoren bovendien rond de vier keer zo hoog als het gaat om lage inkomens. En met de opleiding is het al niet veel beter. Marokkanen komen opvallend vaak niet verder dan het basisonderwijs. Bijna vier keer zo vaak als autochtonen

Dat zijn duidelijke cijfers. Marokkanen zitten nog te veel in de bijstand of in de lage inkomens met veel te lage opleidingen. Hoe je het ook wendt of keert, ook in de ‘blanke’ criminaliteit is dit gegeven een zeer grote ‘stimulans’ voor grensoverschrijdend gedrag.

Marokkaanse jongeren die crimineel gedrag vertonen bestaan en ze doen het slechter dan autochtone jongeren. Dat is helaas een feit. Die problematiek kent echter heel veel oorzaken, zoals hierboven geschetst. De Marokkaanse afkomst is daar niet één van. De directe verbinding tussen ‘Marokkaans’ en ‘crimineel’ is niet te maken.

En dan heb ik nog een gegeven voor u. Nederland telt 2% Marokkanen. Als zij cijfermatig tot vier keer vaker in de problemen komen, dan kunnen ze procentueel gezien nooit voor meer dan tien procent van de problemen verantwoordelijk zijn. Dat laat ruim 90% voor de rest en de autochtone Nederlanders. En dat zijn wij.

Ik weet het. Dit is geen boodschap die je politiek kunt verkopen.

Maar het is wel waar.

Criminele Marokkanen bestaan. Maar Marokkaanse criminelen niet.

PS

Dit verhaal verscheen op 25 maart eveneens in NRC Next.


Scheiden doet lijden

maart 18, 2014

Ergens verscheen in de Volkskrant ineens een column over echtscheiding. Strekking? Ouders die niet meer van elkaar houden, moeten maar doorbijten. In het belang van de kinderen. Ouders beslissen tegenwoordig immers veel te snel om uit elkaar te gaan. Aldus de columniste.

Ik ben een gescheiden vader. Recent. En ik werd kwaad bij het lezen van de column. Misschien wel omdat ik degene was die verantwoordelijk zou zijn voor het leed.

Maar misschien ook wel omdat ik het hartgrondig oneens ben met de gemakkelijk neergeschreven waarheid van de columniste in kwestie.

Scheiden is niet makkelijk. Verre van dat. Zelfs als initiator is het een worsteling waar je dagelijks mee te maken hebt. Waar geen ontsnappen aan is. Vechtscheidingen zijn een makkelijk doelwit voor moralisten, maar een verdomd lastig fenomeen als je er midden in zit.

Scheiden doe je niet zomaar. Het is een proces van jaren. Je wikt en weegt. Denkt dagelijks na over de onvermijdelijke gevolgen die zich steeds hardnekkiger nestelen in je brein. Je fietst steeds langzamer naar huis omdat je niet wil zijn waar je hoort. Daar kun je van alles van vinden, maar het heeft een naam en het heet eenzaamheid.

En als je gaat, weet je niet wat je overkomt. De desinteresse van mensen die veel te overduidelijk blij zijn niet in dezelfde situatie te zitten. De velen die plechtig beloven je op te komen zoeken, maar nooit verschijnen. De keuzes die ooit gezamenlijke ‘vrienden’ maken voor de ander. Het makkelijk gegeven oordeel.

Ach. Misschien moet ik niet luisteren naar een columniste met een vrijblijvende mening, maar naar een zoon van acht die zijn eigen beleving heeft van de werkelijkheid. Een zoon voor wie het kinderlijk logisch is om een gescheiden vader en moeder een nieuwe partner te gunnen.

‘Omdat het helemaal niet leuk is om alleen te zijn. Iedereen verdient een nieuwe vriend of vriendin’

Precies. Het is helemaal niet leuk om alleen te zijn. En in sommige relaties ben je ondanks het samenzijn gewoon alleen.

En dan maak je een keuze. Voor jezelf. Maar ook voor de kinderen. Die op hun beurt een ouder zien die verdriet heeft, maar de loden last van ongelukkig zijn van zich af heeft geworpen.


De zaak Demmink

maart 7, 2014

De vervolging van Joris Demmink begint meer en meer op een circus te lijken. Een circus waarbij tegenstanders luid op de trom slaan bij weer een ‘nieuwe’ ontwikkeling. De tijd van feiten en bewijs lijkt achter ons te liggen.

Zo was er ineens een getuige die claimt door Demmink misbruikt te zijn. In 1988. Het is nu 2014.

‘Ik weet honderd procent zeker dat ik voor mijn gevoel twee keer bij Joris Demmink in de auto heb gezeten. Hij zat in een donkere wagen met chauffeur. Ik zei: ik ben Bart. Hij zei: ik ben Joris. Toen begon hij aan mij te zitten. Hij wilde seks. Ik kreeg 250 gulden, een paars briefje. Hij had een donker pak, donker haar en was normaal groot’

De getuige denkt zeker te weten dat het om Joris Demmink ging:

‘Ik kwam er achter in 2003, toen ik een artikel in de Panorama las.Ik weet niet of Demmink in dat stuk genoemd werd. Misschien stond er een foto bij met een balkje voor zijn ogen. Dat kan ik me niet meer herinneren’

De getuige zegt dus voor 100% zeker te weten dat hij voor zijn gevoel bij Demmink in de auto zat. In 1988. Nu ruim 25 jaar later.

Advocaten in rechtszalen maken regelmaat gehakt van het menselijk geheugen. En terecht. De meeste mensen weten van een paar dagen geleden al niet meer wat ze hebben gegeten en hoe laat ze de maaltijd tot zich namen. Het is niet zo raar dat een getuige een aantal zaken niet meer weet.

De vraag is echter wat een rechter met een dergelijke verklaring moet. Zedenzaken zijn altijd lastig. Niet zelden ligt er slechts een aangifte en een ontkennende verdachte. Die aangifte moet echter wel voldoende houvast bieden om tot een veroordeling te komen.

Heeft het slachtoffer na het misbruik iets gezegd tegen een derde? Was hij op dat moment aangeslagen? Zijn er andere feiten of omstandigheden die zijn verklaring geloofwaardig maken? Heeft de verdachte iets van een alibi? Een motief? Of heeft het slachtoffer juist een motief om iemand in een kwaad daglicht te stellen?

En zou het wellicht kunnen zijn dat een andere man in een donker pak verantwoordelijk is voor het misbruik?

Ik zeg niet dat Joris Demmink onschuldig is. Of schuldig. Ik weet het gewoon niet.

Wat ik wel weet is dat er meer nodig is dan een getuige die 25 jaar na dato nog een voornaam weet en 100% zeker ‘voor zijn gevoel’ door Demmink is misbruikt.


Gevangenis een hotel?

februari 24, 2014

Er zijn mensen die menen dat een gevangenis in Nederland een hotel is.

Ik ben niet één van die mensen.

Op een recente woensdag werd een select groepje journalisten door een boevenwagen opgehaald. Op weg naar de gevangenis in Scheveningen. Bij vertrek ontstond er al enige onrust onder het journaille. Werd er echt verwacht dat wij in de krappe celletjes in de boevenwagen vervoerd werden?

Ja dus. Enkele journalisten kozen eieren voor hun geld en namen naast de chauffeur plaats. De dappere rest liet zich opsluiten. Al na dertig seconden hoorde ik in het celletje achter mij iemand wild op de muren bonken. Hij wilde er uit. Trok het niet meer.

Ik bleef gedurende de reis zitten, maar niet van harte. Het is tamelijk ongemakkelijk om een deur achter je dicht te horen slaan die je zelf niet meer kunt openen. De cel in de boevenwagen is klein, je hebt niet het idee dat zuurstof in overvloedige mate aanwezig is. Je moet jezelf dwingen om rustig te blijven. Overgeleverd aan anderen. Door een dunne streep in de zijkant zie je mensen in vrijheid fietsen. De ramen zijn geblindeerd. Je kijkt naar de maatschappij, maar niemand kijkt terug.

Natuurlijk. Een ritje in de boevenwagen stelt niets voor. Maar je hebt binnen enkele seconden al wel door hoezeer je eigenlijk gehecht bent aan je vrijheid. En aan het maken van eigen keuzes.

In de gevangenis in Scheveningen werd het niet echt beter. De gevangenis dient onder meer als ziekenhuis voor gedetineerden die fysiek niet in orde zijn. Of vrouwen die zwanger zijn en moeten bevallen. En dat is een raar beeld. Ziekenhuiskamers waar de deur gesloten is en blijft. Mensen met pijn die niet van hun kamer kunnen.

Bij iedere deur hetzelfde patroon. Sleutels. Wachten. Een harde sirene. Sleutels. En weer door. Waar je ook gaat, nergens heb je het zelf in de hand.

Op een afdeling voor gedetineerden die psychisch in de war zijn, zit ik een cel. Mijn buurman zet hard Andre Hazes op. En zingt mee. Niet geremd door enige schaamte of gevoel voor decorum. Van de celwacht mag het op deze middag. Als hij in de avonduren maar stil is. Overal in de gevangenis heerst dag en nacht hetzelfde klimaat. Er kan geen raam open. Uur na uur een benauwende temperatuur.

Op naambordjes op de deuren van de cellen zie ik namen die we kennen uit de krant. Moordenaars. Meervoudig. Op de houtafdeling lakt een moordenaar van drie mensen houten kinderspeelgoed.

Een isoleercel op de afdeling heeft een Frans toilet. Niet om het allemaal goedkoper te maken. Maar omdat gestoorde gedetineerden een normaal toilet kunnen gebruiken om hun nek te breken. Er zijn gedetineerden die regelmatig de isoleer verkiezen boven hun eigen cel. Omdat ze zichzelf niet vertrouwen. En er in een isoleer weinig is om jezelf blijvend mee te beschadigen. In de isoleer ligt scheurkleding. Vergelijk het met een judopak. Hard katoen waar niets aan te scheuren valt. Geen gelegenheid om voor jezelf een strop te maken.

De ramen in alle cellen zitten zo hoog dat je alleen maar naar de lucht kunt kijken. De maatschappij is buitengesloten. Geen skyline. Geen mensen. Niets. De minieme luchtplaats heeft vier muren en gaas waar je een plafond verwacht. Twintig uur per dag op cel is in Nederland normaal.

Gedetineerden krijgen hun eten in aluminium bakjes. Zoals in het vliegtuig. Het hoofd van de afdeling waar ik op bezoek was, wond er geen doekjes om: ‘het is echt niet te eten’

Natuurlijk. Het kan altijd erger. In het beschaafde Amerika zit je met acht mensen in een cel. Op sommige afdelingen heerst het recht van de sterkste en is afpersing en fysiek geweld dagelijkse kost. De bewaarders kunnen je veiligheid niet garanderen. Dat is zeker. En laat ik dan maar zwijgen over de hondenkennels die door moeten gaan voor gevangenis in landen ver van hier.

Is een gevangenis in Nederland net een hotel? Ik dacht het niet. Wat ik heel even heb mogen ervaren is het verlies van dat wat we in Nederland zo heilig verklaren. De vrijheid. Om zelf keuzes te maken. Deuren te openen en te sluiten. Je eigen leven in te delen.

Uiteraard. Zo zit ons strafrecht in elkaar. En soms is dat goed te verdedigen. Maar voor mensen die menen dat een gevangenis in Nederland een hotel is:

Ik kan u van harte een bezoekje aanraden.


Het gevaar van softdrugs

februari 14, 2014

Nederland is een liberaal land. Ooit bedachten we dat het prima zou zijn om softdrugs legaal te verkopen. Omdat het lang zo schadelijk niet is als harddrugs. Maar is dat wel zo?

Ik kom in de rechtbank opvallend vaak jonge delinquenten tegen die een probleem hebben met softdrugs. En niet zomaar een probleem. Ze blowen – naar eigen zeggen – tot wel tien gram per dag weg. Het maakt hun leven – naar eigen zeggen – leeg. Ze komen tot niets. Hangen rond. Halen verveeld rottigheid uit. Soms plegen ze een overval of straatroof om aan geld te komen om in hun verslaving te voorzien.

Jonge delinquenten zeggen natuurlijk wel vaker wat. Niet zelden onterecht. Maar de aanwezigheid van softdrugs in het leven van verdachten lijkt als een rode draad door hun leven te lopen. En ze zijn niet de enigen die het naar voren brengen tijdens rechtszaken.

De Reclassering is in Nederland de organisatie die zich drukt maakt om het lot van verdachten. Dat doen ze in opdracht van het Openbaar Ministerie. De Reclassering heeft een invloedrijke advies-functie. Rechters en officieren luisteren naar wat de reclasseringswerkers te zeggen hebben.

Voor de reclassering is het zo klaar als een klontje. Softdrugsgebruik is een zogenaamde criminogene factor. Het gebruik van de in Nederland inmiddels sociaal geaccepteerd drug vormt een aantoonbaar risico op crimineel gedrag. Rechters leggen wekelijks drugsverboden op om het gevaar te kunnen keren.

Dat is ook niet zo raar. Het overmatige gebruik van softdrugs heeft een nogal dempende werking op een persoonlijkheid in ontwikkeling. Jongeren verliezen ambitie en werklust. Een opleiding schiet er bij in. Allemaal factoren die een werkzaam leven in de weg kunnen staan. En de deur open laten naar een leven waar het snelle (illegale) geld lonkt.

Het gevaar van softdrugs wordt nogal eens onderschat. Niet bij jeugdhulpverleners, die hebben dagelijks te kampen met de gevolgen, maar wel bij het grote publiek. Belangenorganisaties in de cannabissector laten het niet na om mij te wijzen op de absentie van gevaar. Het gebruik van softdrugs zou geen rol spelen in de misdaad.

Het spijt mij, beste belangenorganisaties. Dat doet het wel. En op grote schaal. Het zal tijd worden dat daar eens wat meer aandacht voor komt. Een volwassen softdrugsgebruiker zal prima in staat zijn om een normaal leven te kunnen leiden. Maar bij jongeren is het risico op afglijden te groot aanwezig.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 13.811 andere volgers

%d bloggers like this: